Niesziekte wordt veroorzaakt door het Feline herpesvirus (FHV) of het Feline calicivirus (FCV). De symptomen en behandeling van een besmette kat verschillen per type virus en bijkomende bacteriën.

 

Hoe krijgt een kat niesziekte?

Je kat kan niesziekte krijgen wanneer hij in contact komt met een besmet soortgenootje. Direct, als de katten elkaar tegen het lijf lopen, of indirect via bijvoorbeeld de handen en kleding van een verzorger, een voerbakje of gezamenlijk speelgoed. Het virus weet namelijk 7 tot soms zelfs 10 dagen lang buiten een kattenlichaam te overleven. De ziekte wordt verspreid via het speeksel, traanvocht of neusvocht van een ziek dier.

Kittens kunnen de ziekte al oplopen bij hun geboorte wanneer de moederpoes drager is van het Feline herpesvirus (FHV) of Feline calicivirus (FCV).

 

Symptomen van een besmetting met FHV of FCV

De symptomen van niesziekte kunnen in ernst verschillen. Meestal zorgt een besmetting met het herpesvirus voor ernstigere infecties dan het calicivirus. Sommige katten blijven asymptomatisch.

Vaak voorkomende symptomen:

  • niezen, neusverkoudheid
  • koorts
  • Lusteloosheid, algehele malaise
  • Rode ogen, ooguitvloeiing.
  • Kwijlen, zweren in de mond en keel (typerend voor FCV)

Soms voorkomende symptomen:

  • beschadiging van het hoornvlies
  • hoesten
  • mank lopen
  • kortademigheid
  • longontsteking
  • vochtophopingen op kop en/of poten

 

 

Hoe gevaarlijk is niesziekte voor een kat?

Niesziekte geeft in het begin vaak alleen milde klachten. Maar bij sommige katten zet de ziekte echter door en ontstaan er ernstige gezondheidsrisico’s. Dit is het bijvoorbeeld het geval bij een heftige longontsteking. Bovendien heeft het besmette dier vaak niet alleen te maken met het FHV of FCV. Bekende bijkomende bacteriën zijn onder meer de Bordetella Bronchiseptica en de Chlamydophila.

Alhoewel de meeste katten weten te herstellen, overlijden sommige huistijgers als gevolg van niesziekte. Vooral bij kittens, oude katten met een lager weerstand en ongevaccineerde katten is deze ziekte levensbedreigend.

 

Diagnose

Vermoed je dat je kat de niesziekte heeft? Maak dan direct een afspraak bij de dierenarts. Die zal voor zichzelf eerst een beeld willen vormen aan de hand van gezondheidsklachten bij je dier. Als hij de niesziekte niet uit kan sluiten, zal de arts een monstertje afnemen voor onderzoek in het laboratorium.

 

De behandeling

Naar de bestrijding van de virussen FHV en FCV met medicatie wordt volop onderzoek gedaan. Tot nu toe kunnen dierenartsen daarin helaas nog niets doen.  Als je kat slechts milde klachten heeft, zal zijn lichaam het zelf op moeten lossen. Uitzieken dus, waarbij rust en vochtinname belangrijk zijn. Bijkomende bacteriën kunnen met antibiotica behandeld worden.

Huistijgers die door niesziekte ernstige infecties doormaken, krijgen pijnstilling en worden dikwijls opgenomen. Zij worden dan behandeld met een infuus en neus – of maagzonde, zodat ze alsnog vocht en voedsel binnenkrijgen. Bovendien moet hun toestand nauwlettend in de gaten worden gehouden.

 

Ondersteun je zieke kat

Verzorg jij je kat met niesziekte thuis? Haal dan de uitvloeiing bij de ogen en neus weg met een vochtig, steriel gaasje. Hiervoor kook je kraanwater, waarin je het gaasje kunt dopen zodra het water afgekoeld is. Tegen de neusverkoudheid kunnen neusspoelingen en dampen mogelijk helpen, maar pas dit alleen toe in overleg met je dierenarts.

 

kat niesziekte verzorgen

 

Hoe lang duurt het voordat een kat genezen is?

De meeste katten herstellen van niesziekte, bij een ernstige vorm – veelal een besmetting met het Feline herpesvirus (FHV) –  kan dit wel weken tot maanden duren. Ook zijn er huistijgers die de ziekte niet te boven komen. Zij zullen de rest van hun leven klachten ondervinden, chronische niesziekte krijgen of er zelfs aan overlijden.

 

Als je kat niesziekte heeft gehad

Bij de niesziekte is het belangrijk te beseffen dat je kat ook na het herstellen nog  drager is van het virus . Mogelijk blijft hij dat zijn leven lang. Besmette huistijgers moeten daarom geïsoleerd van soortgenoten worden gehouden. Stress kan de ziekte opnieuw triggeren en moet zoveel mogelijk voorkomen worden.

 

Drager van FCV of FHV

Van Feline calicivirus (FCV) is bekend dat dit na verloop van tijd uit het kattenlichaam verdwijnt, dit kan wel pas jaren na besmetting zijn. Bovendien bestaan er van dit virus verschillende stammen. Als je kat van het ene geneest, is hij daarmee nog niet immuun voor de andere virusstammen of FHV. Je dier kan dus opnieuw besmet raken.

Bij Feline herpesvirus (FHV)  kun je er vanuit gaan dat dit de rest van het kattenleven aanwezig blijft. Van dit virus is maar één stam bekend.

 

Welke plaatsen geven een verhoogd risico op besmetting?

Alhoewel in principe iedere kat het virus over kan tegenkomen, is het risico op overdracht het grootst daar waar grote groepen katten bij elkaar komen:

  • asiel
  • opvang
  • fokkerij
  • kattenshows

niesziekte grote groep katten

 

Hoe kun je niesziekte voorkomen?

Een besmetting met het FHV of FCV kun je helaas niet 100% voorkomen, maar vaccinatie is een belangrijk middel in de strijd tegen niesziekte. Want alhoewel gevaccineerde katten ook besmet kunnen raken, worden ze er dikwijls niet of amper ziek van. In sommige gevallen is het bij volwassen katten ook mogelijk om een titer-bepaling uit te laten voeren. Vraag hierover advies aan je dierenarts.

Vaccinatieschema kittens en volwassen katten

 

Is niesziekte bij katten besmettelijk voor mensen?

Het Feline herpesvirus (FHV) en Feline calicivirus (FCV), zijn niet besmettelijk voor mensen. Als het virus bij je kat vergezeld wordt door Bordetella bronchiseptica, kan dit gevaarlijk zijn voor mensen met een lage weerstand.

 

Hoe zit het met honden?

FHV en FCV zijn niet besmettelijk voor honden. De bacterie Bordetella bronchiseptica kan je hond echter wel ziek maken. Vraag advies aan je dierenarts als je meerdere huisdieren hebt en je kat besmet raakt met de niesziekte.

bron: Hart voor Dieren Magazine, Anicura

 

hond magazine boek