Moeten katten droogvoer krijgen? Of is het beter voor hen om natvoer te eten? Een geladen onderwerp waarover elke katteneigenaar zijn eigen mening heeft. Dierenarts Sabine Schroll vertelt er meer over.

Over de vraag ‘Droogvoer of natvoer?’zijn op het internet veel – soms ook verhitte en deels irrelevante – discussies te vinden. Maar het loont om deze vraag op een meer genuanceerde en misschien ook meer pragmatische manier te bekijken, niet alleen in termen van ingrediënten en consistentie, maar ook in termen van voedingsstrategie.

De behoeften van een kat

De kat is een echte vleeseter. Naast de fret is hij het enige puur vleesetende dier dat is gedomesticeerd. Vlees is een hoogwaardig voedingsmiddel en in minder voorspoedige tijden kregen huisdieren eerder etensrestjes van de mens gevoerd in plaats van waardevolle eiwitten. De kat heeft zichzelf – en doet dat deels nog steeds – echter goed voorzien van hoogwaardige eiwitten. Door efficiënt op jacht te gaan naar muizen en ratten, heeft de kat dan ook zijn plaats als huisdier ontwikkeld. Naast muizen eten katten ook andere kleine dieren die meer als ‘tussendoortje’ gelden dan als een echte maaltijd. Muizen en andere kattenprooien bevatten veel eiwitten en vet en weinig koolhydraten. Plus: ze zijn sappig. Katten voldoen aan een groot deel van hun vochtbehoefte via hun prooi en zijn over het algemeen geen dieren die graag en veel water drinken.

Compleet voer i.p.v. muizen

Sinds de kat echter naar onze appartementen en huizen is verhuisd en niet langer op zijn eigen voedsel jaagt, is hij vooral afhankelijk van kant-en-klaar voedsel. En dit bestaat niet uit muizen en was tot een paar decennia geleden zelfs alleen gericht op de behoeften van de hond. Kant-en-klaar voer voor katten bestaat vaak nog steeds voor een groot deel uit koolhydraten en minder eiwitten dan er hun gebruikelijke prooi zitten. Welke betekenis deze verschuivingen in basisvoedingsstoffen voor de kat hebben, is al lange tijd het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek en er is nog altijd nog maar weinig bewezen. Het is echter een gegeven dat de levensverwachting van de kat de laatste decennia enorm is toegenomen. Dit kan ongetwijfeld worden toegeschreven aan goede voeding voor de dieren en een sterk verbeterde gezondheidszorg.

Overgewicht is een probleem

Helaas ontwikkelde zich echter een ander probleem bijna als een epidemie in diezelfde periode: overgewicht en als gevolg daarvan suikerziekte. Nu zou het makkelijk zijn om te zeggen: “Oké, de vele koolhydraten, vooral in droogvoer, zijn hiervan de oorzaak.” Maar het metabolisme van de kat is niet zo eenvoudig dat we dit zomaar kunnen claimen. Bij katten is diabetes bijna altijd het gevolg van overgewicht (net als type II bij mensen) en studies hebben aangetoond dat het niet uitmaakt wat de kat te zwaar maakt. Een hoog vetgehalte in het voer in plaats van een hoog koolhydraatgehalte veroorzaakt zelfs nog sneller overgewicht. Desalniettemin is een van de belangrijkste punten van kritiek op droogvoer duidelijk: het risico dat een kat overgewicht ontwikkelt, wordt aanzienlijk verhoogd door energiedicht droogvoer. Een kat die gemiddeld tien brokken per dag meer eet dan hij nodig heeft, zal in een jaar twaalf procent van zijn lichaamsgewicht aankomen. Daar komt bij dat de kat vaak weinig interesse heeft in het drinken van water om volledig te compenseren voor het lagere vochtgehalte van droogvoer. Voor sommige katten verhoogt dit het risico op kristal- en steenvorming in de urinewegen omdat de urine meer geconcentreerd wordt. Met een aantrekkelijk en divers wateraanbod, bijvoorbeeld drinkfonteintjes, kan dit risico echter worden verminderd.

Het spel met het voer

Dus… is droogvoer nou slecht voor de kat? Er is een ander criterium dat aanzienlijk bijdraagt aan het welzijn van de kat: namelijk de kleine snackmaaltijden die de hele dag en nacht door worden gegeten door onze huistijgers. Katten zijn net als honden niet uitgerust voor twee grote maaltijden per dag. Het is echter niet realistisch om vers voedsel elke twee uur aan te bieden in porties van 25 gram. Nat voer dat in een bakje ligt is binnen een paar uur bedorven en niet meer interessant voor de kat, hooguit voor vliegen. Hier komt droogvoer dus weer om de hoek kijken, wat vanuit ethologisch oogpunt katvriendelijk voeren heel gemakkelijk maakt. Droogvoer blijft na uren nog aantrekkelijk voor de kat en kan daarom altijd worden aangeboden. Maar: de kat moet droogvoer eigenlijk alleen krijgen als beloning en het moet niet continu beschikbaar staan in een bakje. Dit betekent dat een kat altijd de mogelijkheid moet krijgen om te eten, maar hij moet er dan wel wat voor doen. Dus: zowel droog- als natvoer voldoet in principe niet aan de eisen van een klein roofdier dat van nature meermaals per dag kleine snacks eet, ondanks de hoogwaardige kwaliteit van tegenwoordig. Nat voer kan mijns inziens echter bij voorkeur als maaltijd worden gevoerd en droogvoer in kleine hoeveelheden tussendoor – mits ervoor gewerkt is.

Dit artikel komt uit het maartnummer van Hart voor Dieren. Meer lezen? Bestel Hart voor Dieren dan nu op vipwinkel.nl!