Lees hier meer over gedrag, karakter, opleiding en verzorging van de Boxer.

Schofthoogte: 53 – 63 cm
Gewicht: 25 – 30 kg
Gemiddelde leeftijd: 10 jaar
Land van herkomst: Duitsland
Vacht: kort
Oorsprong: begeleidende-, beschermings- en werkhond
Bewegingsdrang: hoog
Educatieve inspanning: gemiddeld
Verzorging: laag
Benodigde tijd: gemiddeld

Classificatie:


FCI groep 2: Pinscher en Schnauzer, Molossers, grote Zwitserse Sennenhonden e.a.

De directe voorloper van de Boxer is de kleine Brabantse bullenbijter. Het was zijn taak om gejaagd wild te grijpen en vast te houden totdat de jager er een eind aan maakte. In 1895 kwam de eerste Boxerclub bijeen in München. In 1904 richtte men de eerste Boxer-standaard op, die werd overgenomen door de FCI. Sinds 1924 wordt de Boxer ook erkend als een diensthondenras.

Duitse Boxer

Algemene verschijning:


De Boxer is een middelgrote, kortharige, sterke hond, zijn lichaam ziet er vierkant uit. Kenmerkend voor deze hond zijn de sterke spieren en de brede snuit met de ‘opgedraaide’ neus. De bewegingen zijn levendig en lenig. De korte vacht van de Boxer wordt geaccepteerd volgens de rasstandaard in donkerrood tot geel of gestroomd. Af en toe komen er witte Boxers voor, maar hiermee mag niet worden gefokt.

Gedrag en karakter:


De Boxer combineert verschillende eigenschappen. Hij is tegelijkertijd nerveus, zelfverzekerd en evenwichtig. Zijn rustige aard en de aangeboren liefde voor kinderen maken hem een aangename huisgenoot, die ook andere dieren goed verdraagt. Tegelijkertijd is hij ook een goede beschermer en een gezinshond. Deze honden zijn vaak wat wantrouwend tegenover vreemden. De Boxer lijkt misschien zo aardig en ongevaarlijk, maar in hem schuilt een meedogenloze jager. Boxers zijn bekend om hun alertheid en om hun moed.

Werkdrang en beweging:


De Boxer heeft veel beweging nodig, houdt van lange wandelingen, joggen en zelfs mee rennen naast de fiets. Daarnaast is hij een extreem speelse hond. Zelfs op hoge leeftijd is hij enthousiast wat spelen betreft. Dit is goed voor de krachtmeting van de Boxer en het onderhouden van de contacten, dus je moet actief wandelen en met grote regelmaat samen spelen.

Opvoeding:


De Boxer is gemakkelijk te trainen als je op een aantal punten let. Je moet niet vergeten dat deze hond een natuurlijke scherpte heeft die voorzichtig moet worden bestuurd en gecontroleerd. Dit kan uiteraard altijd alleen zonder dwang of geweld gebeuren. De Boxer is van nature koppig. Iedereen die rust uitstraalt, toont zich geduldig tijdens de training en blijft consequent, maar heeft geen probleem met de Boxer.

Verzorging:


Het korte haar vraagt weinig verzorging. Borstelen is af en toe voldoende. Door hun korte vacht zijn de honden echter wel gevoeliger voor kou dan andere rassen.

Kwetsbaarheid/ziektes:


Boxers zijn gevoelig voor heupdysplasie, hartziekten en osteoartritis. Er is ook een verhoogd risico op tumoren en bijbehorende aandoeningen.


Wist je dit?


Boven alles doet de jonge Boxer zijn naam eer aan door mensen en andere honden krachtig te bespringen en aan te stoten omdat hij wil spelen. Helaas wordt dit niet altijd goed begrepen en voelen andere honden zich soms aangevallen door dit uitbundige gedrag. Het communicatieprobleem wordt opgelost door met de kleine Boxer naar een puppycursus te gaan, waar hij zichzelf beter leert uit te drukken.