Niet alleen mensen nemen medicijnen als ze ziek zijn, ook dieren weten precies hoe ze infecties moeten behandelen en ziektes kunnen voorkomen. Ze gebruiken daarvoor een goed gevulde medicijnkast: de natuur.

Dit artikel komt uit Hart voor Dieren magazine – neem nu een abonnement!

Geneeskrachtige kruiden, een zalf van hars of een modderbad; dieren gebruiken regelmatige middelen uit de natuur om ziektes te voorkomen, wonden te helen of infecties te genezen. Heel doelgericht maken ze daarbij gebruik van mineralen en plantaardige stoffen die antibiotica bevatten en ontgiftend werken. Vermoedelijk hebben wij mensen die farmaceutische kennis van het dierenrijk afgekeken. In de wetenschap bestaat er ondertussen al een discipline die de geneeskunst van de dieren onderzoekt: de zoopharmacognosie. Onderzoekers hopen met deze nog jonge wetenschap, nieuwe geneesmiddelen voor mensen te kunnen ontdekken. Want inmiddels weten we dat de Amerikaanse wilde katten, mensenapen en beren fantastische genezingsmethoden hebben.

Katten als specialist

Al in het oude Peru ontdekten de Inka’s een geweldig geneesmiddel door te kijken naar de poema’s. Als deze dieren ziek of zwak zijn, knagen ze aan de schors van de kina-boom. En dat terwijl de poema een uitstekende jager is die nauwelijks geïnteresseerd is in vegetarisch voedsel. Met het gedrag van de katten als voorbeeld, gebruikten de Inka’s al in de zestiende eeuw de schors als koortswerend middel. Een kleine eeuw later lukte het twee Franse chemici om de werkstof kinine uit de boom te isoleren. Deze alkaloïde is tegenwoordig een bestanddeel in veel geneesmiddelen. Dankzij de poema’s konden enkele werkzame medicijnen tegen malaria, koortsachtige infecties en uitputtingsverschijnselen worden ontwikkeld. Tegenwoordig is kinine ook in elke supermarkt te vinden, bijvoorbeeld in tonic waar een kleine dosis zorgt voor de bittere smaak. Het kininegehalte is echter zo klein dat het drankje geen medicinale werking heeft.

Zoogdieren

Niet alleen verzwakte en zieke dieren maken gebruik van plantaardige zelfmedicatie. Veel zoogdieren zijn in staat om klachten te voorkomen door systematisch gezondheidsmaatregelen te treffen. Mensapen eten bijvoorbeeld vaak bladeren of schors, niet omdat die voedzaam zijn, maar om ervoor te zorgen dat ze gezond blijven. Chimpansees eten af en toe een kleine portie aarde als ze diarree hebben. Aarde zorgt er namelijk voor dat gifstoffen in de darm worden gebonden. Vooral de aarde van termietennesten is geliefd omdat die vol belangrijke mineralen zit. Ook als ze last hebben van parasieten weten de slimme apen waar ze moeten zijn. Om de ongewenste bezoekers in het maag-darmkanaal te verwijderen, eten ze – zonder te kauwen – de ruwharige, stekelige bladeren van de aspilia, een plant die in de verte verwant is aan de margrieten. Twee of drie van deze extreem bittere bladeren zijn genoeg om parasieten zoals wormen, kwijt te raken. De beestjes blijven, net als bij een ruwe borstel, aan de ruwe bladharen hangen en worden eenvoudig uitgescheiden.

Ook andere dieren gebruiken de geneeskrachtige werking van de natuur tegen lastige parasieten en insecten. Witsnuitberen gebruiken een menthol bevattende plant genaamd Trattinickia aspera als natuurlijke bescherming tegen insecten. Door de hars in het vel te wrijven gaan de beren niet alleen lekker ruiken naar hoestpastilles, de hars houdt ook vlooien van het lijf. Noord-Amerikaanse bruine beren bestrijden parasieten door het zorgvuldig gekauwde sap van de osha-wortel in de huid de wrijven. Als je een beer langs een boomstam ziet schuren, betekent dat overigens niet dat hij kriebelende insecten probeert weg te krijgen. Hij markeert daarmee een geurspoor in zijn grondgebied.

Modderbad voor dikhuiden

Om lastige klaplopers kwijt te raken hebben olifanten een heel andere methode ontwikkeld. Ze gebruiken viezigheid en modder. Een gezonde portie leemhoudende aarde kan zowel inwendig als uitwendig worden gebruikt. Tegen parasieten helpt een uitgebreid modderbad, maar ook voor de inwendige reiniging gebruiken de gezondheidsbewuste dieren leemhoudende aarde. Dat leem heel gezond is, weten ook papegaaien. Groenvleugelara’s eten stukken leem om belangrijke mineralen binnen te krijgen die ontgiftend werken. Zo raken de bonte vogels de schadelijke stoffen kwijt die ze door hun voeding hebben binnengekregen. Dieren lijken dus precies te weten welk kruid gewassen is tegen een bepaalde klacht. Hoe ze aan deze kennis komen is nog niet onderzocht. Vermoedelijk verwerven ze hun know-how door zelf op onderzoek uit te gaan of dragen ze de kennis van generatie op generatie over. Wij kunnen nog veel van deze wonderkuren van de dierlijke medicijnmannen leren.