Hoe vaak je bij honden de nagels knipt verschilt. Dit is afhankelijk van hoeveel hij ze zelf al slijt door op de straat en stoep te lopen. De duimnagel, ook wel wolfsklauw genoemd, moet in ieder geval regelmatig geknipt worden, bij de rest van de nagels controleer je regelmatig of ze niet te lang zijn geworden.
Hondennagels moeten af en toe geknipt worden. Viervoeters slijten hun nageltjes door over harde, ruwe ondergronden te lopen. Maar de duimnagel raakt de grond niet en krijgt daardoor niet de kans om in te korten. Bovendien groeien bij sommige viervoeter de nagels sneller dan dat ze kunnen slijten. Te lange nagels kunnen pijnlijk zijn voor je hond en zorgen voor nare ontstekingen en bloedingen. Reden genoeg om hun lengte goed in de gaten te houden en bij te werken als dat nodig is.
De randjes van de nagels mogen de grond nét raken. Controleer regelmatig de tenen van je viervoeter om te lange nagels te voorkomen. Signalen die op te lange hondennagels wijzen:
De laatste twee symptomen kunnen ook een signaal zijn van een blessure, ziekte of aandoening. Bij twijfel neem je contact op met de dierenarts.

Controleer de nagels van je hond minimaal één keer in de acht weken. Hoe vaak ze echt geknipt moeten worden, verschilt per viervoeter en is onder meer afhankelijk van de lengte van jullie wandelingen en de mate waarin hij dan op harde, ruwe ondergronden loopt.
Voor het knippen van hondennagels gebruik je een speciaal nagelschaartje dat je bij de dierenarts of een dierenspeciaalzaak kunt kopen. Behalve knippen is het ook mogelijk om de nagels te vijlen. Dit duurt wel langer dan het knippen, maar sommige honden vinden het vijlen minder spannend.
Een hondennagel bestaat uit een levend en een dood gedeelte. Onthoud dat je in het levende deel nooit mag knippen. Dit deel is doorbloed en gevoelig. Het zou erg pijnlijk zijn voor je hond wanneer je daarin knipt.
Bij lichte nagels herken je het levende deel gemakkelijk aan de rood-roze kleur. Het dode deel van de nagel is wit gekleurd. Check voordat je knipt of het levende deel aan de achterkant van de nagel verder doorloopt. Bij donkere of zelfs zwarte nagels is het onderscheid moeilijker te maken. In dat geval laat je de nagels van je hond het best door een trimmer of dierenartsassistent knippen.

Bij voorkeur laat je een hond van pups af aan al wennen aan het knippen van zijn nagels. Daarmee kun je angst op latere leeftijd voorkomen.
Laat je viervoeter eerst kennismaken met het nagelschaartje door het hem rustig te laten besnuffelen. Til daarna zijn poot op en houd een teen vast. Gaat dit allemaal goed zonder dat je hond angstig wordt? Ga dan pas over op het daadwerkelijk knippen.
Tip: Als je hond schrikt van het ‘knipgeluid’ voer je dit klusje met zijn tweeën uit. Terwijl de één het schaartje op de nagel plaatst, leidt de ander hem af met een klein hondensnoepje dat tegelijkertijd met de ‘knip’ gegeven wordt

Bloed een hondennagel nadat je een stukje hebt afgeknipt? Dan heb je alsnog het levende deel geraakt. Pak een steriel gaasje en druk dat op het wondje. Als het bloeden niet stopt, neem je contact op met de dierenarts.
Loop na het knippen iedere nagel nog een keer na. Vind je oneffenheden in het afgeknipte randje, dan kun je de nagel nog even vijlen. Maar let op, ook voor het vijlen geldt dat je het levende deel niet mag raken.
Schakel de hulp in van een trimsalon of dierenartsassistent als:
Wanneer je controleert of de nagels van je hond te lang zijn, bekijk dan ook direct hun conditie. Een ingegroeide, loszittende of gescheurde nagel moet door een dierenarts verholpen worden. Een verkleurde nagel, pijnlijk nagelbed of een zwelling rondom de nagel kan op een ontsteking wijzen.
Bron: Hart voor Dieren Magazine
Laat een reactie achter