Ontelbaar veel asieldieren zoeken een nieuw baasje of bazinnetje. Zowel gevonden zwervertjes, gedumpte exoten en viervoeters waarvan de baas is overleden willen heel graag herplaatst worden. Hier enkele tips voor een goede afloop.

Nieuwsgierig besnuffelt de kat de broekspijp van het daarbij behorende mens. Deze persoon is opeens voor zijn verblijf in het asiel opgedoken en blijkbaar heeft hij interesse in de kat, die hier nu een paar maanden woont. Nog een keer snuffelen – de kust is veilig. Dit mens lijkt geen gevaar te vormen. Spinnend geeft de kat het been een kopje en laat het dier zich aaien – hij verovert de tweebener kort daarna met een zachte ‘miauw’.

Wie al eens eerder een maatje uit het asiel haalde, herkent deze taferelen waarschijnlijk. Het zijn mooie momenten, die veelal leiden tot een adoptie met een  happy end: de kat mag intrekken bij zijn baasje en daar de rest van zijn leven blijven. Maar wat vaak zo eenvoudig klinkt, kan ook een weg met hindernissen zijn. De beslissing wordt te snel genomen, dier en baasje passen niet goed bij elkaar, het dier moet weer terug naar het asiel. Dat is rampzalig voor de dieren. Om dit te voorkomen en ervoor te zorgen dat alles goed verloopt, zijn er een paar dingen waar je rekening mee moet houden.

Opeens moet het dier weg

Vele tienduizenden dieren worden jaarlijks in de asielen afgestaan. In Duitsland zijn het er zelfs ruim 300.000. Annette Rost van Dierenasiel Berlijn noemt de meest voorkomende redenen: “Het gaat meestal om plotseling optredende allergieën of een nieuwe partner. We horen echter ook redenen als te weinig tijd of desinteresse. Ook verhuizing, een nieuwe baan, ziekte of intrek in een bejaardenhuis of sterfgevallen treffen mens en dier.” Voor deze dieren zoeken asielen en opvangcentra een nieuw thuis. Wie een dier wil adopteren, moet zich hier goed op voorbereiden. Want adoptie is een grote stap en slaagt alleen als er veel geduld en tijd alsmede professioneel advies in het spel zijn. Zo moet je je afvragen welk dier je graag zou willen hebben – en rustig nadenken over de mogelijke consequenties daarvan. Vraagt een voormalige zwerfhond meer tijd? Ga ik voor een puppy of een volwassen dier? En wat als ik alles verkeerd doe? Dat je fouten maakt, is menselijk. Maar wie zich goed laat adviseren door het asiel hoeft zich volgens Annette geen zorgen te maken: “Als je bij ons een dier adopteert, is het grondig medisch nagekeken, gevaccineerd, ontwormd en tegen vlooien behandeld. De verzorgers kunnen je van alles vertellen over het karakter en de eigenschappen van het individuele dier. We staan je met raad en daad ter zijde –  uiteraard ook na adoptie.”

Vergeet niet te knuffelen

In veel asielen zijn er naast hondentrainers ook vrijwillige hondenuitlaters en kattenknuffelvrienden aan het werk. Zij besteden hun vrije tijd aan de dieren en helpen hen klaar te stomen voor een nieuw leven bij een nieuwe baasje. Natuurlijk kunnen ook potentiële adoptanten van tevoren uitgebreid kennismaken met het dier waar hun interesse naar uitgaat. Ondanks de goede verzorging hebben oude en zieke dieren het helaas nog altijd het moeilijkst en worden zij het minst herplaatst. Al stelt Annette opgelucht vast dat er steeds meer mensen bereid zijn om ook deze dieren een kans op een nieuw leven te bieden. 

Wie interesse heeft in adoptie, weet meestal al wat voor dier er mag intrekken. Als je een ‘nieuwkomer’ bent, is het goed om je van tevoren goed te informeren. Heb ik genoeg tijd om te wandelen met een hond? Kan ik een thuis bieden aan een actief ras? Is er genoeg ruimte voor een volière of konijnenverblijf? “Een dier een nieuw thuis geven, betekent dat je de verantwoording overneemt”, aldus Annette. “Een dier moet bij het gezin passen en het gezin bij het dier.” Het is ook belangrijk om voor de adoptie uit te sluiten dat er sprake is van allergieën bij alle betrokkenen. Bij een of meerdere bezoeken aan de opvang of het asiel kunnen mens en dier elkaar beter leren kennen en af en toe lekker knuffelen. Over knuffelen gesproken: cavia’s, konijnen en hamsters zijn schattig om te zien, maar ze zijn absoluut geen klassieke knuffeldieren! Voor de meeste kleine huisdieren is opgetild worden en geaaid worden pure stress. Vooral gezinnen met kleine kinderen moeten hier rekening mee houden als ze een dier willen adopteren. Het is altijd een goed idee om voordat je de beslissing neemt een gesprek te hebben met de verzorgers. Zij kunnen tips geven omtrent het dier dat het beste bij jou zal passen. 

Luisteren naar hart en hoofd

Zo moeten bijvoorbeeld nerveuze of angstige dieren niet geplaatst worden bij gezinnen met kleine kinderen. Vraag altijd naar de gemoeds- en gezondheidstoestand van het dier, zodat je goed voorbereid bent. Na de eerste kennismaking is het voor potentiële adoptanten belangrijk dat ze in alle rust kunnen nadenken over hun aanstaande beslissing. Natuurlijk ben je na een wandeling met een lieve hond of een bezoekje aan de knaagdieropvang al snel geneigd om meteen ‘ja!’ te zeggen. Maar juist bij een adoptie moet je zien te voorkomen dat een dier na een korte periode weer terug in het asiel belandt omdat de nieuwe eigenaars impulsief hebben gehandeld en er eigenlijk (nog) niet klaar voor waren deze stap te nemen. 

Is de beslissing gemaakt, dan maakt het dierenasiel een adoptiecontract op, waarin de herplaatsing zwart op wit staat. Annette Rost legt het belang uit van een goed adoptiecontract: “Wij zijn er verantwoordelijk voor het dier in goede handen terecht te laten komen. Daarom doen we behalve uitvoerige herplaatsingsgesprekken ook aan een adoptiecontract dat bijvoorbeeld voorkomt dat de nieuwe eigenaar het dier zonder het akkoord van het asiel weer een ander thuis geeft.” 

Een goede voorbereiding

Ook betaal je een vast bedrag om een deel van de kosten te dekken die het asiel heeft gemaakt bij de zorg voor het dier. Ook hierdoor wordt het voor de toekomstige baasjes en bazinnetjes nogmaals duidelijk dat zij zich gaan ontfermen over een voelend, levend wezen dat je niet zomaar kan omruilen.

In de tussentijd begint het spannende deel van de adoptie: de adoptant moet het huis gaan voorbereiden op de komst van het dier. Voor honden en katten moeten er natuurlijk water- en voerbakjes geregeld worden, speelgoed, een halsband en lijn voor de hond, een krabpaal en terugtrekplekjes voor de kat. Wie vogels wil adopteren heeft een voldoende grote volière met voer- en waterbakjes nodig en voldoende manieren voor de vogels om zichzelf bezig te houden. Opgelet: de meeste vogels moeten in groepen gehouden worden omdat ze anders wegkwijnen! Voor reptielen of amfibieën, overigens ook geen knuffeldieren, moet een groot terrarium of aquarium met de juiste belichting en verwarming klaarstaan. Hou er rekening mee dat het voedsel en de dierenartskosten voor dergelijke dieren vrij hoog kunnen kunnen zijn, evenals de energierekening voor het terrarium. Serieuze dierenasielen en opvangcentra doen overigens vaak aan een voorcontrole van het toekomstige nieuwe thuis. Ook controle na adoptie komt regelmatig voor. Dit blijkt vaak handig, want eventuele vragen kunnen dan meteen besproken worden.

Samen gelukkig

Eindelijk is het zo ver: het dier mag intrekken. Nu moeten mensen wat geduld zien op te brengen want voor een dier is zo’n verhuizing zeer stressvol. Het kan goed zijn dat de nieuwkomer eerst onder de bank verdwijnt of in een hoekje kruipt omdat de situatie teveel van hem vraagt. De sleutel tot succes: geduld en inlevingsvermogen. Geef het dier de tijd en laat hem met rust. Ook kinderen, die zich natuurlijk erg hebben verheugd op de komst van hun nieuwe vriendje, moeten niet achter het dier aan lopen of hem optillen. Bespreek met de asielmedewerkers van tevoren hoe de intrek het meest soepel kan verlopen. Na de gewenningsfase – welke bij ieder dier verschilt qua duur – komt een keer het moment waarin de nieuwe medebewoner zich thuis gaat  voelen, zijn aanwezigheid verkondigt en zijn mensen volledig gaat vertrouwen. Dan is het moment van het happy end aangebroken, dat hopelijk nog heel lang duurt. 

Wist je dit?

Naast amfibieën en reptielen van uiteenlopende soorten belanden er ook veel andere exoten in opvangcentra en asielen: van apen en Indische loopeenden tot aan het minivarken, asielen moeten zich steeds vaker aanpassen aan nieuwe soorten beschermelingen, waarin men niet gespecialiseerd is. Niet alle dieren kunnen herplaatst worden, zelfs niet als er wel interesse voor is. Een aap een soortgericht thuis bieden is niet mogelijk voor particulieren.  Loopeenden en minivarkens zijn daarentegen redelijk makkelijk te herplaatsen en komen terecht op plaatsen waar genoeg ruimte en kennis is. Ben je op zoek naar ‘exoot’, raadpleeg dan eerst de opvang.

EXTRA
10 tips voor adoptie:

Of je nu een schuchtere ex-zwerfhond of een brutale pup adopteert: elk dier is uniek en heeft specifieke behoeften. Onze tips helpen je om de perfecte metgezel te vinden en je huis optimaal voor te bereiden op  zijn komst – zodat het dier nooit meer terug hoeft naar het asiel.

1. Luister naar je hart – maar ook naar je verstand. Niet ieder dier dat je treurig aankijkt past automatisch bij jou.

2. Bespreek de adoptie met je gezin/huisgenoten. Weet je het niet zeker, vraag dan advies in het asiel.

3. De gewenningsperiode is erg belangrijk. Vergeet echter niet dat hond en kat bepaalde huisregels moeten naleven – begin daar na korte tijd al mee, uiteraard op zachte wijze!

4. Adoptie in eigen land? Bij het regionale dierenasiel kun je in alle rust naar een vriendje zoeken. Vergis je niet: de asielen in ons land zitten vol met dieren die wachten op een baasje. Wil je per se een dier uit het buitenland adopteren, maak dan eerst kennis met het dier op zijn opvangadres voor een eerste indruk.

5. Het hoeft geen jong dier te zijn. Van volwassen dieren weet je al wat het karakter is en meestal zijn ze al gesocialiseerd.

6. Maak altijd gebruik van een adoptiecontract!

7. Informeer je over het dier. Welke behoeften heeft het en hoe heeft het dier tot nu toe geleefd?

8. Bereid je huis voor op de nieuwkomer: voldoende ruimte, voer- en watervoorzieningen, accessoires etc. moeten al klaarstaan voordat het dier verhuist. 

9. Gun het dier rust in de gewenningsperiode. Geef hem de ruimte.

10. Wees geduldig. Niet verdrietig zijn als het dier niet meteen komt kroelen. Dit heeft tijd nodig.