Het doden van katten is omstreden en in alle andere provincies al lang verboden. Alleen Friesland jaagt nog op katten. De provincie gaf jagers in 2003 opdracht om zwerfkatten af te schieten en weigert om dat besluit in te trekken. Zelfs nadat de Tweede Kamer in 2013 een motie aannam die de regering opriep om hier een einde aan te maken. Dier&Recht startte in 2022 een juridische procedure tegen de Friese kattenjacht.

Ruim 20 jaar lang worden Friese katten zonder enige onderbouwing gedood om weidevogels te beschermen. Maar volgens biologen en natuurbeschermers is de intensieve landbouw de grootste bedreiging voor weidevogels. Katten jagen van nature op kleine zoogdieren zoals muizen, niet op weidevogels. De provincie erkent dat ze nooit onderzoek heeft gedaan naar het verband tussen het uitsterven van weidevogels en het dieet van zwerfkatten. De beleidsmakers kunnen ook niet vertellen hoeveel zwerfkatten er rondlopen in Friesland. Het enige argument van de provincie is dat het genomen besluit uit 2003 nu eenmaal onherroepelijk is.
Het huidige faunabeleid van Friesland stelt dat jagers in het wild levende dieren alleen mogen afschieten als gedegen onderzoek aantoont dat een populatie aanzienlijke schade veroorzaakt. Het doden van individuele dieren is daarbij een laatste redmiddel, dat alleen ingezet mag worden als er geen alternatief is. Dier&Recht vond in het nieuwe Friese beleid voldoende redenen om de jacht op wilde katten voor de bestuursrechter en de Raad van State te brengen.
Alle andere provincies hanteren al jarenlang met veel succes een diervriendelijk alternatief voor het afschieten van verwilderde katten. Die methode bestaat uit vangen, castreren, chippen en her- of terugplaatsen (bekend onder de afkorting TNRC). De wilde of verwilderde kat wordt herplaatst in een gezin, of krijgt een plek als muizenvanger op een boerderij. Deze aanpak verbetert het welzijn van zwerfkatten aanzienlijk, want deze dieren leiden een zwaar bestaan vol ziekte en verwondingen.
Laat een reactie achter