Vogelsoorten zoals de strandplevier, bontbekplevier en dwergstern maken hun nest gewoon op het strand. Zo’n nest bestaat vaak uit niet meer dan een ondiep kuiltje in het zand met perfect gecamoufleerde eieren. Daardoor zijn nesten bijna onzichtbaar voor wandelaars.
Wanneer broedende vogels worden opgeschrikt door mensen of loslopende honden, verlaten ze soms tijdelijk hun nest. De eieren of kuikens blijven dan onbeschermd achter en zijn extra kwetsbaar voor roofdieren, hitte of afkoeling.
Vooral in het Waddengebied en de Zuidwestelijke Delta in Zeeland zijn rustige plekken essentieel. Bij hoogwater verzamelen duizenden kustvogels zich op zogenoemde hoogwatervluchtplaatsen. Daar rusten ze uit nadat ze bij laagwater voedsel hebben gezocht, zoals schelpdieren, pieren en kleine krabben.
Worden deze groepen verstoord, dan vliegen soms duizenden vogels tegelijk op. Dat kost veel energie, terwijl die juist hard nodig is om jongen groot te brengen of een trektocht van duizenden kilometers naar Afrika of het hoge noorden te voltooien.
Met drie eenvoudige gedragsregels kun je veel betekenen voor vogels aan de kust:
Zo blijft er genoeg ruimte voor zowel recreatie als natuur. Met een beetje aandacht kunnen we ervoor zorgen dat kwetsbare kustvogels ook in de toekomst een veilige plek houden om te broeden, uit te rusten en voedsel te zoeken.
Laat een reactie achter