Uitlaten is niet alleen voor honden: ontdek of jouw kat klaar is voor dit bijzondere buitenavontuur en welke voorbereidingen je moet treffen voordat het zover is.
Met katten aan de lijn wandelen wordt steeds normaler, vooral door de toename van katten die vooral binnenshuis worden gehouden. Maar katten zijn geen kleine honden die je even uitlaat. Ze schrikken snel, zijn vluchtdieren en als zich verstoppen niet genoeg is, zoeken ze hun toevlucht liever omhoog. Onder de juiste omstandigheden kunnen deze uitstapjes in de grote wijde wereld echter een echte verrijking zijn voor het leven van je (binnen)kat.
Veiligheid voorop
Niet in elke kat schuilt een avonturier. Er zijn ook veel bange katten die niet enthousiast worden van het idee om naar buiten te gaan. Het belangrijkste principe voor alle tripjes buiten de deur is: veiligheid gaat altijd voor.
Een onervaren kat mag nooit zomaar met een harnas en lijn naar buiten worden gedwongen, gewoon omdat wij mensen het een goed idee vinden. Alleen katten die gewend zijn aan wandelingen buiten de deur en zich ook op hun gemak voelen buitenshuis, mogen mee op wandelingen. Een belangrijke voorwaarde is goede training. Het beste is dat jonge katten al in hun ‘kitten-kleuterschool’ spelenderwijs leren een harnas aan te trekken en de lijn te tolereren. Pas als een kat gewend is aan deze nieuwe lichamelijke ervaring en het harnas zonder problemen accepteert en aan- en uitgetrokken kan worden, kan het zijn of haar interesse op het buitenleven richten.
Tuigje/harnas
Er bestaat niet zoiets als het perfecte harnas, net zoals je niet één perfect paar schoenen hebt – het draait allemaal om uitproberen. Een goed passend harnas moet niet op de hals zitten, maar het borstbeen omarmen, aangezien katten heel gevoelig zijn voor druk op hun hals en daardoor snel in paniek raken. Een belangrijke tip: katten zijn haast ‘vloeibare’ wezens; zelfs als je denkt dat je kat niet kan ontsnappen uit het harnas, is het verstandig om even dubbel te checken voordat je naar buiten gaat.
Let vooral op bij het achteruitgaan. Wanneer een kat de voorpootjes naar voren strekt, kan hij of zij namelijk gemakkelijk uit het harnas glippen. Een extra riempje achter de ribbenboog kan dit risico flink verkleinen, maar niet elke kat is hier van gediend. De lijn zelf moet bij voorkeur elastisch zijn, zodat de plotselinge sprongetjes van je kat opgevangen worden. Flexibele, langere lijnen hebben zich ook goed bewezen.
Laten wennen aan de reismand
Naast een goede training voor het dragen van tuigje en lijn, moeten katten ook goed wennen aan hun reismand of -tas. Het instappen moet een vanzelfsprekendheid worden en de kat moet de tas zien als een veilige plek om zich terug te trekken. Elk avontuur begint immers met het aantrekken van het harnas en het instappen in de tas. Een kat zou nooit zelf op vier pootjes de deur uit moeten gaan. Er zijn namelijk katten die, zodra ze de route eenmaal kennen, op elk moment voor de deur staan en luidkeels om avontuur vragen. Door een solide ritueel van aantrekken, instappen en dragen – zelfs als het maar korte afstanden zijn – kun je dit gedrag voorkomen.
Daarnaast moet de tas of reismand altijd als mobiel huisje mee naar buiten. Wanneer de kat schrikt, bang is voor iets of wanneer wij als kattenbaasje een gevaar zien aankomen, moet de tas de eerste weg naar veiligheid zijn. Katten met een minder goede conditie stappen ook graag af en toe in de tas om even rust te nemen en zich door het baasje te laten dragen.
Katten zijn geen marathonlopers
Voor de iets voorzichtiger katten kan het buiten zitten in hun veilige mand een mooie eerste stap richting een echt avontuur zijn. Tijdens deze uitstapjes dragen ze al een harnas en lijn, de mand blijft open en ze mogen nieuwsgierig naar buiten kijken. Soms willen ze na een kwartier het gras onder hun pootjes voelen, soms pas na de derde of vijfde keer. Wat altijd blijft, is hun veilige schuilplaats die hen geruststelt. De kat mag zeker niet gedwongen worden om uit te stappen. Over het algemeen is een uitje met een kat eerder een staand avontuur dan een lange wandeltocht. Slechts weinig katten zijn zo sportief dat ze lange afstanden kunnen lopen. Bij een kattenwandeling draait het dan ook niet zozeer om fysieke prestaties of afgelegde afstanden. Het zijn de vele kleine dingen langs de weg die voor een kat interessant kunnen zijn: grassprietjes, kiezelstenen, hazenkeutels of een putdeksel. Alles wordt zorgvuldig besnuffeld, elk geluid is belangrijk en er wordt goed afgewogen of het interessant of gevaarlijk is. En dat kost natuurlijk tijd. Na 50 meter heeft de kat al zoveel beleefd! Het gaat vooral om het samen ervaren van nieuwe prikkels en veranderde perspectieven, zowel voor de kat als voor ons.
De juiste bestemming voor een kattenavontuur
Het buiten zijn voor je kat moet bij voorkeur op rustige plekken zijn, ver weg van verkeer, mensen of honden, het liefst zonder lawaai en fijn in het bos of op een weiland. Rondom het
eigen huis kun je de beste snuffelwandeling maken op tijden wanneer het rustig is, bijvoorbeeld vroeg op de zaterdag- of zondagochtend of ’s avonds. Hoewel grote weilanden of grasvelden voor ons mensen veilig lijken door hun overzichtelijkheid, vinden de meeste katten verhoogde structuren veel interessanter. Een uitkijkplatform, een klein bankje of picknicktafel en losse bomen bieden een katvriendelijke ruimte voor avontuur.
Het is belangrijk om kleine gaten in hekken waar de kat doorheen kan sluipen te vermijden, zodat ze niet op eigen avontuur gaat. Een betrouwbare terugroep met haar naam en een fluitsignaal is altijd een voordeel, hoewel de meeste katten op onbekend terrein eerder dicht bij hun eigenaar blijven dan proberen weg te lopen.
In een veilige omgeving kunnen ervaren katten soms even helemaal vrij en zorgeloos in bomen klimmen, omdat ze na het spannende avontuur graag en tevreden terugkeren naar hun warme en vertrouwde thuis.
10 tips voor wandelen aan de lijn:
De volgende tips zijn handig om in gedachte te houden wanneer je samen met je kat op stap gaat:
• Je kat moet de nodige vaccinaties hebben gekregen, gechipt en geregistreerd zijn.
• Je kat moet regelmatig ontwormd worden en beschermd zijn tegen teken en vlooien.
• Geschikt harnas, lijn en transportmand moeten klaarstaan.
• Je hebt je kat thuis al gewend aan de transportmand en het tuigje.
• Je hebt je kat een terugroepsignaal aangeleerd (woord, fluitje).
• Ideale wandelroute: weinig mensen en honden, verkeersarm, rustig gelegen.
• Laat je kat niet in struiken of op bomen klimmen als ze zich onzeker of angstig voelt.
• Laat je kat geen knaagdieren of vogels jagen, vermijd broedplaatsen.
• Zorg altijd voor de transportmand als een veilige schuilplaats.
• Denk aan vers water en kattensnacks.
Lees ook: Voor het eerst naar buiten


