Kort maar krachtig! Hier lees je enkele handige tips voor het op de juiste manier houden van cavia’s.

Dit artikel komt uit Hart voor Dieren magazine – neem nu een abonnement!

Tip 1: Voer als basisvoer altijd stofvrij, goed hooi, geschikt groenvoer, groenten en weinig fruit. Er moet ook altijd vers water beschikbaar zijn voor je cavia’s.

Tip 2: Vermijd dierenvoeding die suiker, granen, noten, dierlijke producten of andere voor cavia’s ongeschikte bestanddelen bevatten.

Tip 3: Controleer regelmatig de lengte van de snijtanden en kijk of het dier bijvoorbeeld harder voer laat liggen.

Tip 4: Let ook op andere tekenen van ziektes, zoals een gekromde rug, diarree, piepende ademhaling, afscheiding of vieze oogjes.

Tip 5: Ga bij aandoeningen altijd op tijd naar de dierenarts. Hoe eerder een ziekte wordt ontdekt en behandeld, des te groter zijn de kansen op herstel. Een cavia die ziek is, kan heel snel bergafwaarts gaan zonder behandeling.

Tip 6: Doe je cavia nooit in bad. De dieren koelen sterk af en ontwikkelen vaak ernstige infecties aan de luchtwegen. Bij een besmetting van parasieten in de vacht zijn er tegenwoordig effectieve en ongevaarlijke behandelingsmogelijkheden verkrijgbaar via de dierenarts.

Tip 7: Zorg voor een goed geventileerde, maar tochtvrije behuizing en reinig om de twee dagen de hoekjes waarin urine en uitwerpselen zich ophopen.

Tip 8: Benader de diertjes niet te abrupt en ook niet van boven, maar laat ze langzaam vertrouwen krijgen terwijl je bijvoorbeeld wat zacht voer uit je hand aanbiedt. Denk eraan dat cavia’s  voornamelijk in de ochtend- en avondschemering actief zijn.

Tip 9: Cavia’s kunnen zelf geen vitamine C aanmaken, dus het is erg belangrijk dat ze voldoende binnenkrijgen via de voeding. Droogvoer dat speciaal gemaakt is voor cavia’s bevat genoeg vitamine C, in tegenstelling tot algemeen knaagdierenvoer. Let wel op dat het vitamine C gehalte na de uiterste houdbaarheidsdatum niet meer voldoende is.

Tip 10: Cavia’s zijn groepsdieren, dus kunnen het beste samen gehuisvest worden. Er zijn verschillende combinaties mogelijk: een paartje (maar dan moet het mannetje uiteraard gecastreerd zijn); twee of meer zeugjes bij elkaar (liefst vanaf jonge leeftijd bij elkaar); twee of meer zeugjes en eventueel een gecastreerd beertje werkt meestal goed.