Om aandacht te vragen voor dit groeiende probleem riep de organisatie 29 mei al uit tot Grasaarvrij-dag. De campagne moet hondeneigenaren bewust maken van de risico’s van grasaren en hen stimuleren om samen uitlaatgebieden veiliger te maken door grasaren te verwijderen voordat ze schade kunnen aanrichten.
Grasaren zijn de scherpe zaadaren van bepaalde grassoorten, waaronder het zogenoemde ‘kruipertje’. Door hun weerhaakjes kunnen ze zich gemakkelijk vastzetten in de vacht van een hond en vervolgens doordringen in het lichaam. Volgens Daphne Groenendijk, directeur van de Koninklijke Hondenbescherming, worden de risico’s vaak onderschat. “Grasaren kunnen zich met hun weerhaakjes vastzetten in oren, neuzen, ogen of tussen de tenen van een hond. Zonder snelle behandeling kunnen ze diep het lichaam binnendringen en daar ernstige ontstekingen, abcessen of zelfs blijvende schade veroorzaken.” Vooral honden die veel snuffelen, graag door hoog gras lopen of een lange vacht hebben, lopen een verhoogd risico.
Dat grasaren een serieus gezondheidsprobleem vormen, blijkt ook uit de ervaringen van dierenartsen. Tijdens de zomermaanden voeren dierenartsen wekelijks honderden ingrepen uit om grasaren te verwijderen. Dierenarts Sandra Stokvis uit Wageningen ziet de gevolgen jaarlijks in haar praktijk. “Ik verwijder ieder jaar tientallen grasaren bij honden. Het veroorzaakt veel pijn en ongemak voor het dier en brengt vaak hoge dierenartskosten met zich mee. Collega’s vinden grasaren soms op de meest onverwachte plekken in het lichaam, zelfs in de lever, milt of vlak bij de ruggengraat. In sommige gevallen loopt het helaas fataal af.”
Hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn, blijkt uit het verhaal van de jonge hond Ollie. De hond was nog geen jaar oud toen hij tijdens een wandeling op een uitlaatstrook een grasaar in zijn oog kreeg. Ondanks intensieve behandeling probeerden dierenartsen ruim een week lang zijn oog te redden. Uiteindelijk bleek de schade te groot en moest het oog worden verwijderd om verdere pijn te voorkomen. Het verhaal van Ollie laat zien dat een ogenschijnlijk onschuldig zaadje verstrekkende gevolgen kan hebben voor het welzijn van een hond.
De Koninklijke Hondenbescherming begrijpt dat gemeenten steeds vaker kiezen voor aangepast maaibeleid om biodiversiteit te bevorderen. Toch pleit de organisatie ervoor om locaties waar veel honden worden uitgelaten extra aandacht te geven. Vooral de randen van grasvelden, wandelpaden en hondenuitlaatstroken zouden volgens de organisatie regelmatig gemaaid moeten worden. Maar maaien alleen lost het probleem niet op. Wanneer gemaaid gras blijft liggen, kunnen grasaren uitdrogen en loskomen. Juist dan worden ze extra gevaarlijk omdat ze gemakkelijk tussen tenen, in oren of in de neus van honden terechtkomen. Het opruimen van maaisel is daarom minstens zo belangrijk als het maaien zelf.
Hondeneigenaren kunnen zelf veel doen om het risico op grasaarproblemen te verkleinen.
Tussen mei en augustus komen grasaren het meest voor. Vermijd in deze periode zoveel mogelijk hoog gras, bermen en andere plekken waar grasaren groeien.
Bekijk na elke wandeling zorgvuldig de oren, ogen, neus, poten en vacht van je hond. Let vooral op de ruimtes tussen de tenen en onder de oksels.
Zie je een grasaar die nog oppervlakkig vastzit? Verwijder deze voorzichtig met een pincet. Twijfel je of zit de grasaar al dieper, neem dan direct contact op met een dierenarts.
Het opruimen van hondenpoep draagt niet alleen bij aan een schone leefomgeving, maar helpt ook om de bodem minder voedselrijk te maken. Hierdoor krijgen woekerende grassoorten minder kans.
Zie je grasaren langs wandelroutes of uitlaatplaatsen? Trek ze weg voordat ze uitdrogen en hun zaden verspreiden.
Laat een reactie achter